Spring naar de inhoud

Het Lichaam: Methoden, Achtergronden en Fenomenologische Benadering

Genesis 2 is duidelijk: de mens is een geheel dat in dualismen uiteenvalt. Even duidelijk zoeken nu tal van therapeutische systemen en stromingen de lichamelijk-psychisch eenheid van de mens te herstellen. Zij houden zich bezig met het individu, een woord dat betekent: ongedeeld, ondeelbaar, wat op zichzelf bestaat, wat zichzelf is. [Latijn: individuus = ondeelbaar]

In hun idee van eenheid in voelen en gedragen, leven en dood, in de hier-en-nu-idee, in de ik- en jij-ontmoeting, in de criteria die ze aanleggen voor iemands existentie, getuigen deze jonge stromingen in een eigentijdse taal voor het naturalisme en het holisme die het leven en de cultuur sinds het oude Israël kenmerken. In de betekenis die zij hechten aan de manier waarop de mens gestalte poogt te geven aan zijn leven in de wereld, zijn de nieuwe richtingen in onze tijd op zoek naar het herstel van de eenheid in de mens en naar zijn plaats en verbondenheid met de wereld en de kosmos. Vele van de opvattingen, theorieën en ideologieën over lichamelijkheid vormen een impliciete levensbeschouwing en lijken de waarde te krijgen van een religie.

Het is aan de lezer te oordelen of al wat heden rond lichamelijkheid wordt geweven wel zo nieuw is. Therapeutisch benaderen de stromingen, die het lichaam als gouden poort tot de mens aanwenden, de hulpvragende met soms uiteenlopende, soms gelijklopende methoden. Belangwekkend is alleszins dat in de therapie de nadruk is komen te liggen op de cliënt zelf in zijn uniciteit. Belangwekkend is ook dat de therapeut, die voor één of andere van deze benaderingen kiest, meteen voor een keuze staat van een stijl in optreden die hem eigen is, die hem als mens kenbaar maakt, en waardoor hij toont wie hij aan het worden is.

1. Het Lichaam Nu

Het is niet zonder betekenis dat uitgerekend nu, met een medische wetenschap die zo ontwikkeld is en in een tijd waar de positieve wetenschappen zo hoog aangeslagen worden, een onvoldaanheid groeit over de zorg voor het leven en de gezondheid. Psychologen, pedagogen, juristen, sociologen en andere maatschappelijk werkenden krijgen een groeiende aandacht voor de kwaliteit van het leven en de gezondheid. Ook zij gaan zich bezighouden met het lichaam. Dat lichaam is al jaren en jaren het exclusieve domein van de arts. De arts weet daar alles van en zijn kennis en handelen zijn beschermd door de wet en geïnstitutionaliseerd. Zal de patiënt, die nooit anders wist dan dat hij voor zijn lijf een arts kon kiezen, voor zijn gezondheid naar andere deskundigen uitkijken?

Wellicht heeft het ontstaan en de ontwikkeling van de menswetenschappen en het op de markt komen van vele nieuwe persoonswerkers behoeften doen ontstaan en ogen geopend. Wellicht heeft de maatschappelijke evolutie van de laatste tientallen jaren in onze westerse samenleving meer openheid doen ontstaan voor al wat met het lichaam te maken heeft. Wellicht zijn we meer dan ooit tevoren in contact gekomen met niet-westerse opvattingen en methoden en hebben vreemde culturen onze aandacht gericht op wat voor hen als een evidentie doorgaat: de eenheid.

De hedendaagse mens ondervindt aan den levenden lijve zijn psychosomatische eenheid. Van vele zijden wordt er geïnformeerd en gesensibiliseerd. Onze levensgewoonten, gedragingen, levensstijl bepalen mede onze gezondheid, en we zijn er mee bezig in antirook-, milieu- en andere campagnes. Ecologische partijen maken winsten bij verkiezingen en zoveel meer.

Wij leren dat de lichamelijke gezondheid en de zelfactualisering van het individu de resultanten kunnen zijn van een zowel psychisch als lichamelijk gezonde levenswijze, ervan uitgaande dat beide identiek zijn.

Werken met het lichaam behelst therapeutisch gezien naast het psychosomatische, het somatopsychische. De therapieën bedoelen ook een hygiëne te zijn en in die zin preventief. Zij pogen het ‘Wir haben es nicht gewußt’-syndroom, iets alledaags, een oplossing te geven: niemand weet vanwaar hij zijn maagzweer haalt, niemand kent de reden van zijn stotteren, zijn ‘ambetant gevoel’, zijn eczeem, zijn hoofd- en/of rugpijn, zijn hartinfarct … De vraag naar de betekenis van dit alles wordt nu meer en meer gesteld. Men zoekt naar verbanden tussen milieu en individu. Het werk maakt ziek, het gezin maakt ziek … Aldus dienen de nieuwe therapeutische stromingen zich in onze samenleving aan, een samenleving die meer dan elke andere geconfronteerd is met techniciteit en kennis. De positieve wetenschappen, zoals de geneeskunde, lijken voor meerdere mensen de existentie niet wezenlijk te beïnvloeden als de kwaliteit van het leven en het totale welzijn slechts oppervlakkig of nauwelijks verbeteren. Een arts vindt dat een manager erg gestresseerd leeft, en dat een vrouw een huismoedersyndroom heeft … Maar wat betekent dit, en heeft men wel aandacht voor de maatregelen die de manager, de huismoeder in hun leven kunnen treffen? Zo wordt de eerste uitdaging voor de stromingen die rond het lichaam werkzaam zijn: hoe mensen meer tevredenheid geven in hun bestaan?

In de onderhavige hoofdstukken worden er oplossingen gesuggereerd voor de existentiële vragen van de mensheid naar welzijn en tevredenheid; hoe als individu in de relatie, als ouder of opvoeder voor kinderen, als helpster voor hulpvragenden, als mens in de maatschappij en als wezen in de kosmos een leven uitbouwen naar een voltooiing? Wie de laatste vijftig jaar de evolutie overschouwt van de hulpvragen in de gezondheidszorg, telediensten en andere centra en dispensaria, kan vaststellen dat er een verschuiving is van een concrete, via een relationele naar een existentiële problematiek.

2. Dualisme en impasse

    Sprekend over het lichaam bedoelt men meestal het stoffelijke basisgegeven van de mens, met een eigen vorm van verschijnen en met een eigen manier van bewegen. Het lichaam is het stuk van de mens waarin zich fysiologische, biologische, chemische processen afspelen en waarin een endocrien stelsel naast een autonoom en willekeurig zenuwstelsel werkzaam is. Dit lichaam is tastbaar, waarneembaar en gewaarwordbaar. Daarnaast is er iets wat ongrijpbaar is en waar men niet zo onmiddellijk bij kan. De traditionele geneeskunde gaat door voor een somatische geneeskunde, die weliswaar het psychische niet negeert, maar er toch moeilijk weg mee weet. Als de huisartsen geen oorzaak kunnen vaststellen voor astma, dan komen de specialisten aan de beurt om hun onderzoeken uit te voeren, en als daar weer geen oorzaak gevonden wordt, dan is de astma psychisch.

    Zulke geneeswijsheid wordt door een gescheiden denken beheerst: de mens is een geheel van lichaamsdelen en organen, die ziek zijn of kunnen worden. Deze optiek laat een grote mate van objectivering toe in zoverre dat de arts als kenner van het lichaam van zijn patiënt, dat lichaam kan onderzoeken, behandelen, eventueel opereren. Zulke handelingen zijn niet op gelijke wijze uit te voeren op het psychisme … Ja, er zijn de psychofarmaca die vaak efficiënt allerlei symptomen bestrijden en in het uiterste geval is er dan nog de vaak vermeden psychiatrie die de oplossingen zou kunnen geven voor de problemen van de geest.

    Zo vinden wij nu wél gestructureerd de scheiding weer tussen lichaam en geest, naar het model van Descartes1. Zijn dualisme heeft eeuwenlang heel ons westers denken en onze vorming beheerst. De filosofie en de theologie hebben tot zeer recent lichaam en geest of ziel als twee afzonderlijke entiteiten benaderd. Voor het lichaam zorgt de dokter, en voor de ziel zorgt/zorgde de priester of zorgt de psycholoog. Het lichaam kan ziek worden en doodgaan. De ziel leeft voort na het doodgaan van het lichaam. Het lichaam is sterfelijk, vergankelijk, zondig en gevaarlijk. Het vlees is zwak. Het lichaam moet gerespecteerd worden, men moet zorgen voor het lichaam als tempel voor de geest. Zo kan het lichaam ook een vijand worden voor de geest tenzij het zich als nederig werktuig ten dienste stelt voor de werken van de geest. De ethische opdracht bestaat erin het lichaam te beheersen zodat het zich onderwerpt aan de geest. Tot ver in de twintigste eeuw is onze vorming en opvoeding, zeker in de christelijke cultuur, doortrokken geweest van deze opvattingen. Generaties na generaties, tot nu nog, zijn daardoor getekend in de manier waarop zij hun lichaam hebben ervaren, met hun lichaam zijn omgegaan, er sport mee deden en er seksueel mee leefden. In ons taalgebruik zit een weerspiegeling van het dualisme als wij het hebben over lichamelijke opvoeding, lichaamscultuur, lichaamsoefeningen versus algemene (geestelijke) ontwikkeling, geestelijke oefeningen.

    Is er een begin van kentering merkbaar in de sector van de gezondheidszorg in ruime zin, toch is de eenheidsvisie op de mens nauwelijks doorgedrongen in ons maatschappelijk leven. Het ‘Cogito, ergo sum’ van Descartes lijkt stevig ingebed in de schoolprogramma’s waar in de leerplannen de voorrang van de theoretisch-intellectuele vorming op de affectieve en attitudevorming en de technische en fysische aspecten nog steeds bestaat. In de professionele sfeer worden handenarbeid of lichamelijke arbeid nog steeds tegenover geestesarbeid geplaatst. Men leeft nog steeds alsof het éne het andere uitsluit en men waardeert beide op verschillende wijzen. Kan het anders als de universitaire basisopleidingen pas nu aandacht krijgen voor de mens in zijn geheel? De faculteiten, voor hun maatschappelijke verantwoordelijkheid geplaatst, lijken alleszins in de laatste jaren oog te krijgen voor de zovele nieuwe inzichten, therapieën en technieken. Niet zonder omzichtigheid evenwel worden ze in de leerpakketten ondergebracht: geldt die voorzichtigheid omdat de betrouwbaarheid van de opvattingen, theorieën, ideologieën en technieken door velen betwist wordt? Een antwoord op al deze vragen is een tweede uitdaging voor de therapieën die het lichaam centraal stellen.

    3. Achtergronden voor de eenheidsgedachte over de mens

    De lichaamsgerichte therapieën aanvaarden geen scheiding tussen lichaam en geest en oordelen dat deze beide slechts verschillende uitingen zijn die samengenomen de persoonlijkheid van iemand bepalen. In die zin zijn zij een reactie op het dualisme en kan men aannemen dat de gevestigde wetenschappen ze niet zomaar aanvaarden. De naam Freud2 roept bij voor- en tegenstanders meestal nogal wat reacties op. Dit was zeker het geval in de jaren dat Freud zich als arts met psychologie ging bezighouden, en hij zijn school als deel van de psychologie ging zien. De problemen waar hij zich mee bezighield waren nieuw, de technieken ook. Het was dan ook niet te verwonderen dat hij zo veel tegenstand ontmoette. Nochtans was hij het die vanuit een totaal nieuwe mensvisie het individu in zijn lichamelijkheid benaderde. Hieronder tracht ik dit duidelijk te maken.

    Na en naast de psychoanalyse is er de fenomenologie die een nieuw mensbeeld biedt, met name een volkomen anders georiënteerd begrip van de relatie tussen lichaam en geest. De fenomenologie geeft een funderende betekenis aan het menselijk lichaam in het geheel van de persoonlijkheid. Op het ogenblik dat Maurice Merleau-Ponty3 de centrale plaats van het lichaam met in acht name van het geestelijk aspect van het ‘mens zijn’ verdedigt, had Freud in zijn psychoanalyse, en na hem de psychosomatische geneeskunde, al lang vastgesteld dat het lichaam veel meer is dan een dienaar zonder eigen karakter ter beschikking van het bewuste IK. Beide, de fenomenologie en de psychoanalyse, verwijzen naar de lichamelijkheid als zijnde de lijfelijkheid in een persoonlijke situatie, naar de ervaring van dat lichaam en de beleving van mezelf. Bekijken we eerst de psychoanalyse, vervolgens de fenomenologie.

    3.1 De psychoanalyse

    In Freuds vroege periode geloofde deze in een biologische grond voor elk psychisch gegeven. Daarbij steunde hij op de instincttheorie. In latere perioden nam Freud aan dat de persoonlijkheid beïnvloed werd door het eigen lichaam en de behoeften van dat lichaam enerzijds, en anderzijds door het milieu. Het milieu dat is: de buitenwereld, de anderen, de maatschappij. De inwerking van het lichaam op het ego geschied via het id. Het id zijn de driften: behoefte aan voedsel en seksualiteit. Deze beide hangen vast aan de energie die loskomt bij honger en de kracht die het libido ontwikkelt. Een drift is te begrijpen als een soort primitieve drijfveer die tot doel heeft een balanstoestand te bereiken. Dit streven is continu en Freud noemt dit: het lustprincipe.

    Als er een verstoring in de balans optreedt, met name als de persoon in moeilijkheden komt, grijpt hij naar afweermechanismen om uit de problemen te komen. Afweermechanismen zijn onvrijwillige (lees onbewuste) maatregelen ter bescherming tegen pijnlijke affecten (lees gevoelens). In dat kader plaatst Freud de neurose: de ‘zieke’ toont zijn onlust lichamelijk door blind te worden, een verlamming op te lopen, stofwisselingsstoornissen te vertonen …

    De psychische structuur onderscheidt bewustzijn van voorbewust en onbewust. Bewustzijn is in eerste instantie een zuiver beschrijvend begrip: de meest onfeilbare en onmiddellijke waarneming. Daarnaast is er de innerlijke waarneming die voorbewust is, d.i. het deel van de herinneringen dat, als men er zich op richt, weer tot het bewustzijn kan komen. Het ego is de plaats van het bewustzijn, en kan dus uit- en inwendig waarnemen. Het id, in wezen onbewust, bevat de levenskrachten, de driften, en in wezen is de mens een driftwezen. De rol van het ego is het id te beheersen naar het model van de ruiter (ego) die het paard (id) beteugelt. Ruiter en paard zijn één zoals bewustzijn (verstand, bezonnenheid) en levenskracht (de lichamelijk gefundeerde energie). Het superego en ideaal-ego liggen als een soort beschermlaag rond het ego en gaan door voor bewakers van degelijkheid, fatsoen en ideaalbeeld voor mezelf. Uitgaande van Freud zal Wilhelm Reich4 het superego functioneel identiek zien met ‘armor’. Dit is het schild dat het ego beschermt.

    Een van de eersten die Freud niet volgde in zijn egopsychologie was namelijk Reich. Hij herzag één van de kernbegrippen in de psychoanalyse, nl. de weerstand. Dit gaf het aanzijn aan de bio-functionele benadering die later onder Alexander Lowen5 uitgewerkt is in de bio-energetica. Reich was namelijk gaan inzien dat de manier waarop zijn cliënten weerstand boden aan de doorzoeking of verkenning van hun diepere gevoelens het kenmerk had van een karakterarmor. De theorie klinkt aldus: wie in zijn leven ernstige conflicten ervaart, draagt daar de tekenen van in de vorm van een defensieve stramheid in houding, gedrag en uitdrukking. Die sporen zijn in het lichaam aanwezig onder de vorm van rigide weefsels, spierstramheid, etc. Het proces van opheffing van de karakterarmor gaat door onder de ontlading van de (in het conflict) opgehoopte energie. Reich zag die energie eerder biologisch van aard, en later sprak hij van kosmische energie. Tenslotte bekritiseerden Reich — en vele anderen na hem — de werkwijze van Freud, die wél de lichamelijke energie in reliëf stelt, maar er alleszins niet energetisch mee omgaat, daar hij een divan-therapie toepaste waar de taal (geest) primeerde op de beleving. In de systemen die in deze cyclus worden behandeld zal de lezer herhaaldelijk het begrip energie ontmoeten: de opvattingen hierover variëren. Is ze elektrisch van aard? Heeft zij met het metabolisme te maken? Is zij vitaal van aard zoals de polaire yin en yang uit de Chinese filosofie? Alleszins wordt met energie bedoeld: emotie, gevoel, spanning.

    In deze context wil ik wijzen op het uitgangspunt dat het zogenaamde onbewuste in het lichaam aanwezig is, en het geheel uitmaakt van die lichamelijke impulsen die de persoon om welke reden ook niet onder ogen neemt of inhibeert. Met het niet (willen) kennen of afremmen van bepaalde gedragsvormen en bewegingen ontkent de persoon of inhibeert hij terzelfdertijd de betekenissen die dit gedrag of deze beweging in de loop van zijn leven heeft gehad. Zijn leven, dat zijn al zijn ervaringen sinds zijn geboorte: wat iemand dus doet of laat, zijn wijze van bewegen en zich gedragen in het hier-en-nu. Dit alles draagt de sporen van de persoonlijke geschiedenis, die onlosmakelijk verbonden is met ons mens-zijn, onze opvoeding binnen deze cultuur, met ons behoren tot een volk, een streek, een familie, een gezin.

    Bij dit alles komt dat de nieuwe richtingen in verband met lichamelijkheid een heilzaam mensbeeld brengen. Dit staat wel vér van de idee van instinctieve krachten bij Freud, die door milieu en maatschappij gekanaliseerd dienden te worden. Er groeit geloof in de zelfstabiliserende, zelfgenezende krachten binnen het individu. Wat goed is voor iemand, wat gezond is kan die persoon zelf ontdekken en hoeft niet aan iemand opgedrongen te worden. Het individu zelf streeft ernaar goed te functioneren binnen het gegeven kader.

    3.2 De fenomenologie

    Bij de aankondiging van dit punt, hoger in dit hoofdstuk, stelde ik dat Maurice Merleau-Ponty een centrale plaats toekent aan de lichamelijkheid, zonder dat de geest in ons mens-zijn gedegradeerd wordt. De fenomenologie leert ons dat het lichaam wezenlijk mijn standpunt en toegangspoort tot de wereld is: het is de essentiële schakel die de drie-eenheid van geest, lichaam en wereld mogelijk maakt.

    Dit lichaam heeft een dubbelzinnig bestaan. Enerzijds is het een stoffelijk instrument: het heeft bepaalde verworven mogelijkheden waarmee het als deel van de stoffelijke wereld, die wereld beïnvloedt en organiseert. Ook is het lichaam de voorbewuste basis, die gekenmerkt door zijn drang tot overschrijding van wat al gerealiseerd werd, het ontstaan van het bewuste leven mogelijk maakt. Deze specifieke eigenschappen van het lichaam maken het contact met de wereld mogelijk voor de ermee verweven geest. Ik ontmoet de wereld doorheen mijn lichamelijke aanwezigheid die zelf deel uitmaakt van die wereld. Mijn lichaam, dat bij het persoon-subject hoort, maakt deel uit van de wereld.

    Immers, kort na de geboorte heeft het babylichaam een praktische kennis waaruit blijkt dat er een begrijpen, een onderkennen is van de concreet waargenomen situatie, doordat het gebruik maakt van het vermogen tot zelfbeweging. Dit doet Maurice Merleau-Ponty zeggen dat het lichaam al een subject is. Het lichaam-subject is een zingever: zijn eerste eigenschap is betekenissen toe te kennen aan wat de zintuigen in werkelijkheid aantreffen. Door waar te nemen en te bewegen schakelt of voegt het lichaam-subject zich in de wereld in. Zo vormt zich een structuur van geleefde betekenissen met affectieve en ruimtelijke aspecten en creëert men een eigen unieke wereld, een leefwereld. Deze is het eindproduct van een interactie tussen de omringende werkelijkheid en de betekenis die het zelfbewegend, waarnemend subject erin legt en erin vindt. Het subject leeft zodoende in een omgeving die door het lichaam begrepen wordt. Dit begrijpen blijkt uit de concrete aanpassing aan de gegeven situatie. Lichaam en situatie zijn in die zin een primaire, onlosmakelijk verbonden eenheid. Het lichaam-subject is steeds gericht op de situatie die gerapporteerd (betekend) wordt op basis van de aangetroffen werkelijkheid. Men kan spreken van een zichzelf sturende en wederzijdse opbouw. Zichzelf sturend: de beweging gericht op een bepaald doel wordt bijgestuurd naargelang de waargenomen noodwendigheden van de situatie. Die bijsturing is mogelijk in zoverre de structuur van de tijdruimtelijke situatie aangezien en begrepen wordt, en voor zover de nodige lichaamsbewegingen naar het doel gekend zijn en kunnen worden uitgevoerd.

    Met betrekking tot de persoonlijkheidsontwikkeling: de milieu-invloed erkent Maurice Merleau-Ponty als een essentieel bepalende en sturende factor en de richtinggevende en zoekende eigenschappen van het lichaam noemt hij ‘intentionaliteit’. De intentionaliteit, eerst voorbewust, evolueert naar bewust. Bewustzijn is een verschijningsvorm van de intentionaliteit. Bewustzijn is besef, gewaarwording, gevoel, kennis van iets.

    Met betrekking tot opvoeding, agogie6 en therapie betekent dit dat men zich dient te richten op het intentioneel, op de situatie gerichte lichaam-subject. De verruiming van het bewustzijn van iets of van zichzelf kan steunen en voortbouwen op praktische kennis, de ervaren werkelijkheid. Therapie doen wordt dan het aanbieden van kansen om nieuwe ervaring op te doen, dan wel nog: aan den levenden lijve helpen ondervinden. Meteen wordt hier afstand genomen van sterk verbale therapeutische werkvormen: taal kan alleen een beleefde inhoud vinden in de voorbewuste geleefde inhouden. Het woord maakt ervaring tot bewuste kennis. Overigens kan taal de expressie zijn van de beleefde werkelijkheid.

    In zijn ontwikkeling als lichaam-subject ontdekte dit gaandeweg meer en meer zichzelf: zelfbewustzijn. Het persoonlijk bewustzijn vult het lichamelijk bewustzijn aan. Naast de lichaamssubjectiviteit komt de persoonlijke subjectiviteit. Concreet begint mijn bewust leven vanuit een ordening van lichaam en wereld die ik al bezit, nl. vanuit de zin die ik aantref bij mijn bewustwording.

    Het lichaam blijft een voorwaarde voor het bewust denken. Als het lichaam er niet in slaagt zich aan de situatie aan te passen bij gebrek aan de nodige middelen, of als het de middelen niet tijdig ter beschikking heeft, dan wordt het gedesorganiseerd (verward, verlamd, verstoord, ontredderd) op bewust niveau. Exempli gratia: directe consequenties van alcoholmisbruik, oriëntatieverlies als men te snel ronddraait. Het lichaam toont zijn verwarring anderzijds als men geestelijk in de war geraakt. Exempli gratia: verstijven van schrik, trillen van spanning.

    Er is een wederkerige afhankelijkheid en penetratie (doordringing) — eigen aan ons mens-zijn. Een gebalanceerd en stabiel bestaan drukt zich uit in een soepel en gecoördineerd functioneren van het lichaam. Kalmte en rust helpen ons om bij de zaak, de werkelijkheid, de situatie te blijven (“Bij de les blijven!”). Zo ook werkt een rustig en ontspannen lichaam een geestelijke stabiliteit in de hand. Sommige lichaamsgerichte therapieën passen relaxatietechnieken toe om de beheersing van de situatie te verbeteren. Sommige therapieën helpen de cliënt te luisteren en te kijken naar het lichaam, waar te nemen, gewaar te worden om de ordening van het lichaam, als ordenend beginsel voor de ordening van de werkelijkheid te verbeteren. Sommige therapieën herstructureren het lichaam door bewegingsoefeningen als aanknoping voor de herstructurering van de wereld.

    4. Therapeutisch ingrijpen op het menselijk functioneren

    Ons functioneren steunt op de samenwerking van zeer vele systemen. Het zenuwstelsel in al zijn fragmenten/segmenten/geledingen en organisatieniveaus, conatieve7 en cognitieve functies, motoriek, interpersoonlijke connecties, sociale en ecologische achtergronden en zo veel meer. Wij zijn een macrosysteem waarvan de eigenschappen niet herleidbaar zijn tot of kunnen worden afgeleid uit de afzonderlijke delen. Het geheel is meer dan de som van de delen.

    De therapieën die het lichaam centraal stellen zijn vóór alles existentiële therapieën. Ze grijpen in op de beleving van het individu in zijn lijfelijkheid: het beleefde lichaam in een eigen wereld. Het gaat om ervaringen, gevoelens, verlangens, fantasie, droom … alle belevingen (alles wat deel uitmaakt van dit leven) en waarbij de verbale taal een explicatie is van die lichaamservaringen en die belevingen. Werken met het lichaam wordt dan: uitgaan van levenservaringen, ingaan op levenservaringen en het leren uit het doormaken van ervaringen hier en nu in de therapie gecreëerd.

    De veronderstelde weerslag van die ervaringen is op meerdere wijzen conceptualiseerbaar: er is naast het belevingsaspect, het gedragsaspect. Beide zijn facetten van eenzelfde eenheidsgebeuren, dat een continue, betekenisvolle interactie tussen de persoon en zijn omgeving is. Fenomenologische belevingen weerspiegelen zich in gedragingen, gedragingen zijn een onmisbare basis voor de fenomenologische belevingen. Ergo wordt het therapeutisch ingrijpen nu eens een ingreep op het fenomenologisch beleven, dan eens een attenderen op (attent maken, herinneren, opmerkzaam maken) observeerbare gedragspatronen, en ook wel eens een heilzaam manipuleren ervan.

    Een ander concept geldt het verwachte effect van een therapeutisch optreden: een veranderd zelfbeeld is een fenomenologische beleving, het verdwijnen van een tic of van een compulsieve behandeling is een observeerbaar gedragspatroon. Elk therapeutisch optreden vindt feitelijk in twee sferen plaats: het cognitieve en het affectief-belevende. Al naargelang het geval hecht men aan één of ander meer belang: doet men een suggestie, verwoordt men, geeft men een inzicht dan werkt men cognitief. Ondersteuning, aanmoediging, empathie, catharsis, emoties die geuit worden, verwijzen naar een meer effectieve inwerking.

    Het therapeutisch ingrijpen op het menselijk functioneren noopt mij ertoe oriënterend in te gaan op de richtingen die in onze XpansiO-cyclus worden behandeld. Het is moeilijk een rechte lijn te trekken in de uiteenlopende therapieën en werkvormen die XpansiO Aetiologie biedt. Op gevaar af erg analytisch te zijn probeer ik toch een zekere klassering te maken rond een zestal mij in het oog springende basisgegevens. Een exhaustieve opsomming ligt niet in mijn bedoeling.

    Ut supra vermeldde ik al dat het primaire doel erin bestaat de cliënt fysiek, emotioneel, intellectueel en in relatie tot aspecten van zijn karakter en gedrag contact te geven met zijn lichaam.

    Primo kan dit door het oproepen van emotionele ervaringen van iemands gedrag, hier en nu, of uit het verleden. Herinneringen worden opnieuw beleefbaar gemaakt. Onwillekeurige of willekeurige lichaamsbewegingen worden gestimuleerd en verbonden met verschillende gebeurtenissen uit iemands ontwikkelingsgeschiedenis. Dit is het geval in de psychomotortherapie voor A. Pesso8, in gestalt, in de bio-energetica en de Reichiaansgeïnspireerde werkvormen, ook in de vele massagetherapieën, vooral dan deze van Rolf9 en Boyesen10. Technisch gesproken leert men de cliënt aandacht schenken aan de verschillende bewegings-, houdings- en spanningspatronen waaronder lichaamstaal, ademhaling, anatomische en fysische eigenaardigheden, voor zover de therapeut of de cliënt die waarneemt/gewaarwordt.

    Secundo blijkt dat heel wat van ons leven we anker te blijft op een irrationeel niveau. Perls11, Reich, Lowen, Stattman12 houden niet van rationeel gepraat omdat dit soms erg oppervlakkig is. Fantasieën worden dan ook vaak geïntroduceerd. De geleide fantasie laat de cliënt toe aan zijn rationele controles te ontsnappen zodat hij een duidelijk beeld krijgt van wat er met hem aan de hand is. Ook de droom wordt als toegangsweg gebruikt, voornamelijk in gestalt. Rolf en Boyesen beschrijven hoe hun cliënten bij de massage of erna, vrij een aantal beelden zien verschijnen die te maken hebben met belevenissen uit een vaak conflictueus verleden, het nu of in verband met hun perspectieven. Droom- en fantasiewerk hebben het voordeel dat ze aansluiten bij het beelddenken en niet of minder gecensureerd naar voor komen. De fantasie en de droom geven een herkenning en een verduidelijking van wat er aan de hand is en openen mogelijkheden om een positieve ervaring en acceptatie van het beeld op te doen, alsook het te integreren in het totale functioneren.

    Tertio zijn er de meditatieve benaderingen in de lichaamsgerichte therapieën. Zij onderscheiden zich van de hypnose (zie Freud en Bernheim) door het belang dat zij hechten aan de door de cliënt zelf te ondernemen handelingen. Zij willen een totaalbeleving bezorgen en niet alleen maar denken, voelen en/of handelen apart. Ook zij hebben zelfverwezenlijking als doel. Deze methoden worden gebruikt in verschillende vormen van relaxatietraining: de autogene training van Schultz13, de dynamische relaxatie van Alfonso Caycedo, de gestufte Aktivhypnose van Ernst Kretschmer en Dietrich Langen. Meer psychotherapeutisch: het Bildbewusstsein van Carl Happich, het Katathymes Bilderleben van Hanscarl Leuner14, de Rêve Éveillé van Robert Desoille15. In onze visie komt de sofrologie naar voren als een integratief systeem voor de verschillende scholen. Zij ontstond deels uit de hypnotherapie, deels uit de psychoanalyse en existentieel therapeutische uitlopers. Ten slotte zijn er de oosterse meditatievormen die religieus meditatieve benaderingen zijn en waarbij het normatieve en afstandelijke optreden van de therapeut het grootste verschil vorm met de westerse meditatievormen.

    Quarto noteer ik de oosterse technieken, hatha-yoga, Aikido en T’ai Chi. Ik durf ze bewegingsmeditaties noemen. Het gaat allemaal langzaam, overwogen en de bewegingen zijn er subtiel. Kalmte, psychische centrering en lichaamsbesef zijn kenmerkend. Zo kunnen goed uitgebalanceerde yogaoefeningen het lichaam energetisch opladen door verbetering van de ademhaling, door stimulering van de endocriene klieren en door het rekken van de spieren.

    Quinto vernoem ik de massage en kinesitherapie, en de manuele technieken. Ontwikkeld in de richting van meditatie en de uitwisseling van energie wordt het fysieke aspect van de ervaring verstevigd doordat er manueel contact gemaakt wordt. Zij verscherpen de gevoelens bij geven en nemen, bij het bewijzen van genegenheid; de zintuiglijke gevoeligheid en het lichaamsbesef nemen toe.

    Sexto belicht ik het belang dat het bewegen in onze praktijk krijgt. Er kunnen zowat vier categorieën van beleving van beweging worden onderscheiden die ervoor kunnen zorgen dat iemand zich beter zou voelen.

    1. Het bewegen kan een lustvolle activiteit zijn. Plezier beleven aan het bewegen. Dit geeft ons een aanknopingspunt met de psychoanalytisch gebaseerde lichaamstherapieën. De afweer tegen lust wordt in de psychoanalyse als pathogeen gezien. Vanuit die hoek kunnen T’ai Chi, en de oosterse bewegingsleer bekeken worden; daarvan uitgaande situeer ik hier nog de lichamelijke opvoeding en overgaande naar een tweede en derde punt de beleving van zichzelf bij het bewegen als uitdrukking van emoties, en als kans om zich te affirmeren.
    2. Bij emoties zoals angst, agressiviteit, vreugde, erotische opwinding, … wordt het alledaagse overspoeld door een overheersende beleving, die dan vaak niet eens mag getoond worden. Die beleving brengt spanning die, als ze durend is, ons zenuwstelsel en hormonaal systeem kan verstoren. De verschillende lichaamsexpressietechnieken kunnen ons leren zorgen voor een balans tussen uitdrukken en beheersen van emoties; Rogers noemde dit één van de criteria voor psychische gezondheid.
    3. Het bewegen houdt ook een kans in om zich te affirmeren. De beleving van ons bewegen ondersteunt het zelfgevoel. Vertrekkend van een duidelijk lichaamsschema, als basis van afgrenzing, identiteit en continuïteit van de eigen persoon, onderscheidt de persoon zich van alle andere. Oefeningen uit de lichamelijke opvoeding, expressietechnieken en dans werken versterkend op het zelfgevoel in de zin van iets te durven, iets goed te kunnen. Als men dan ook nog een creatieve vormgeving aanbiedt in de zin van mime, dans of theater, dan opent men een raam op het ontdekken van krachten die men bij zichzelf niet kende en dus ook nooit realiseerde.
    4. Het bewegen beleefd als contact en communicatie met anderen. Wie daarop werkt, is bezig met een verbetering van een gemis aan dialoog tussen het eigen zelf en de omgeving. In een dergelijke dialoog krijgen bepaalde bewegingen een universele en symbolische betekenis van benadering of afstoten, van uitstijgen of neerdrukken.

    5. Besluit

    De dualiteit wordt in de lichaamsgerichte therapieën overbrugd door het inzicht dat er één functioneren is van lichaam-geest/ziel. Meer nog: men vestigt de aandacht op de dynamische betrokkenheid van het lichaam-geest/ziel op de wereld, die een beleefde wereld is. De toegang wordt verbreed door de wereld van betekenissen die dit in-de-wereld-zijn meedraagt.

    De gezindheid (richting, oriëntatie) van de therapieën en agogie is geëvolueerd naar welzijn, geluk, tevredenheid, gezondheid in de breedste zin. De verschillende benaderingen zijn ernstig op weg om een basisideeën te systematiseren en er is hoop dat er verder zal gewerkt worden aan de controle op de manier waarop men bezig is en het effect ervan. Een valkuil voor de benaderingen is dat ze een gesloten systeem zouden ontwikkelen en dat ze bij gebrek aan openheid zouden vervallen in een sekteblindheid met een charismatisch karakter. Dit zou inter alia voor gevolg hebben dat de brede gemeenschap onvoldoende zou genieten van de bijdragen die zij ongetwijfeld kunnen leveren aan de samenleving.

    De pedagogische, de sociale wetenschappen, de filosofie, de criminologie, de psychologie, de medische wetenschap en al diegenen die met de samenlevingsopbouw bezig zijn zouden een breder perspectief kunnen krijgen op de reële mens.

    Veel zal afhangen van wat de medische sector met zijn monopolie over de gezondheidszorg zal toelaten en hoe de andere sectoren dat monopolie zullen weten te benaderen. Zal de geneeskunde eerlijk krediet geven en vragen willen stellen — wat mijns inziens een minimum zou zijn — om te beginnen?

    GEEN ENKEL DER LICHAAMSGERICHTE THERAPIEËN WIL DE GENEESKUNDE VERVANGEN. DE KWESTIE IS DAT WE ALLEN ONZE EIGEN GRENZEN EN BEPERKINGEN LEREN ZIEN. ZAL MEN MET ANDERE WOORDEN EEN HUMANERE WERELD WILLEN OPBOUWEN WAARIN DE MENS VOLLEDIG AAN BOD KOMT?


    1René Descartes of gelatiniseerd Renatus Cartesius (La Haye en Touraine, 31 maart 1596 — Stockholm, 11 februari 1650) was een uit Frankrijk afkomstige filosoof en wiskundige, die een groot deel van zijn leven in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden woonde. Zijn benadering van het probleem van de kennis en de aard van de menselijke geest speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de filosofie. Hij is met name bekend om zijn uitspraak “Cogito ergo sum” en wordt algemeen beschouwd als de vader van de moderne filosofie. Hij was een van de eersten die de filosofie van Aristoteles niet alleen verwierp, maar ook verving door een eigen filosofisch systeem. Daarmee legde hij de basis voor de 17de-eeuwse stroming van het rationalisme. Descartes was sterk beïnvloed door de vooruitgang in de natuur- en sterrenkunde en een van de centrale figuren van de wetenschappelijke revolutie. Hij gaf voor het eerst een idee van wat de natuurwetenschap in de toekomst zou bieden.

    2Sigmund Freud, geboren als Sigismund Schlomo Freud (Freiberg, Moravië, 6 mei 1856 — Londen, 23 september 1939) was een zenuwarts uit Oostenrijk-Hongarije en de grondlegger van de psychoanalyse. Hij was van joodse afkomst. Hoewel Freuds theorieën en methodes omstreden zijn, wordt hij gezien als een van de meest invloedrijke psychologen en denkers van de 20ste eeuw.

    3Maurice Merleau-Ponty (Rochefort-sur-Mer, 14 maart 1908 — Parijs, 3 mei 1961) was een Franse fenomenologisch filosoof, sterk beïnvloed door Karl Marx, Edmund Husserl en Martin Heidegger en wordt geassocieerd met Jean-Paul Sartre (die later zal stellen dat hij door Merleau-Ponty tot het marxisme is “bekeerd” en Simone de Beauvoir. De kern van Merleau-Ponty’s filosofie bestaat uit de idee dat de waarneming een fundamentele rol speelt in ons begrijpen van de wereld alsook onze interactie ermee. Als fenomenoloog valt hij op doordat hij uitgebreid het debat aanging met de wetenschappen, en voornamelijk met de psychologie. Daarnaast legde Merleau-Ponty de nadruk op het lichaam als primair middel om de wereld te kennen, dit in tegenstelling tot de klassieke filosofische traditie die het bewustzijn als vertrekpunt van kennis aannam. Deze nadruk op de lichamelijkheid leidde Merleau-Ponty in zekere zin weg van de fenomenologie naar — wat hij noemde — een “indirecte ontologie” of ook wel de ontologie van “het vlees van de wereld” (la chair du monde). Dit komt vooral naar voren in zijn postuum gepubliceerde werken, Le Visible et l’invisible (1964) en L’Œil et l’esprit (1960)

    4Wilhelm Reich (24 maart 1897 — 3 november 1957) was een Oostenrijkse arts en psychoanalyticus, en lid van de tweede generatie analisten na Sigmund Freud. Als auteur van verschillende invloedrijke boeken, met name Der triebhafte Charakter (1925), Die Funktion des Orgasmus (1927), Charakteranalyse (1933) en Die Massenpsychologie des Faschismus (1933), werd hij bekend als een van de meest radicale figuren in de geschiedenis van de psychiatrie. Reichs werk over karakter droeg bij tot de ontwikkeling van Anna Freuds Das Ich und die Abwehrmechanismen (1936), en zijn idee van het spierpantser — de uitdrukking van de persoonlijkheid in de manier waarop het lichaam beweegt — vormde innovaties als de lichaamspsychotherapie, de Gestalttherapie, de bio-energetische analyse en Primaltherapie. Zijn schrijven beïnvloedde generaties intellectuelen; hij bedacht de uitdrukking “de seksuele revolutie” en trad volgens een historicus op als de verloskundig ervan. Tijdens de studentenopstanden van 1968 in Parijs en Berlijn krabbelden studenten zijn naam op muren en gooiden ze exemplaren van Die Massenpsychologie des Faschismus naar de politie.

    5Alexander Lowen (New York, 23 december 1910 — New Canaan, 28 oktober 2008) was een Amerikaanse psychotherapeut en schrijver. Als leerling van Wilhelm Reich in de jaren veertig en begin jaren vijftig in New York ontwikkelde Lowen samen met John Pierrakos (8 februari 1921 — 1 februari 2001) een psychotherapie die een link legt tussen het lichaam en de geest, met de naam bio-energetica. Hij staat ook bekend om de ontwikkeling van het concept van bio-energetische aarding, een van de grondbeginselen van de bio-energetische therapie. Lowen was de oprichter en voormalig uitvoerend directeur van het International Institute for Bioenergetic Analysis in New York City. Het IIBA heeft nu meer dan 1500 leden en 54 opleidingsinstituten wereldwijd.

    6Agogie: welzijnswerk; begeleiding van mensen in hun sociale ontwikkeling

    7Conatief gaat over de wilskracht en de uiting daarvan in het gedrag van een persoon. Hieronder vallen stoornissen in de psychomotoriek (bv. katatonie, echomimie of echolalie), de motivatie (bv. lethargie) en het gedrag (bv. dwangmatig of misbruik van middelen). Ik zie hierbij altijd de volledig geflipte patiënt voor me die urenlang doodstil in een hoekje van een met matrassen beklede isoleercel zit en constant ‘it rubs the lotion on its skin’ mompelt.

    8Pesso Boyden System Psychomotor

    In 1961 creëerden Al Pesso (1929 — 2016) en Diane Boyden (1929 — 2016) een mind-body benadering die emotioneel welzijn en gezondheid bevorderde. Dit werd de Pesso Boyden System Psychomotor genoemd (PBSP). Via het systeem kan er geherprogrammeerd worden en kan men op een lichamelijke manier werken aan de genezing van (emotionele) trauma’s en het creëren van nieuwe herinneringen.

    9Rolfing is een vorm van alternatieve geneeskunde die oorspronkelijk door Ida Rolf (1896 — 1979) werd ontwikkeld als “Structurele Integratie”. Dit is gebaseerd op Rolfs ideeën over hoe het “energieveld” van het menselijk lichaam kan profiteren wanneer het wordt uitgelijnd met het zwaartekrachtveld van de aarde.

    10Gerda Boyesen (1922 — 2005) was Klinisch Psycholoog, Fysiotherapeut en Auteur. Zij was onbeperkt geïnteresseerd in alle benaderingen die in overeenstemming waren met het verlichten van pijn en lijden, en het ondersteunen van de levensenergie. Als gevolg daarvan wijzigde en incorporeerde zij ook een breed scala aan oude en moderne filosofieën, andere methodologieën en concepten en paste deze op biologisch-dynamische wijze toe.

    11Friedrich Salomon Perls (8 juli 1893 — 14 maart 1970), beter bekend als Fritz Perls, was een in Duitsland geboren psychiater, psychoanalyticus en psychotherapeut. Perls bedacht de term “Gestalttherapie” om de vorm van psychotherapie aan te duiden die hij samen met zijn vrouw, Laura Perls, ontwikkelde in de jaren 1940 en 1950. Perls raakte in 1964 verbonden aan het Esalen Instituut en woonde daar tot 1969. De kern van het Gestalttherapieproces is een versterkt bewust en veerkrachtig gewaarzijn, waarneming, lichamelijke gevoelens, emotie en gedrag, in het huidige moment. Relatie wordt benadrukt, samen met contact tussen het zelf, zijn omgeving en de ander.

    12Jacob “Jay” Stattman (somatische psychotherapeut) richtte de “Unitive Psychology” op (1989 en 1991), die elementen van Humanistische Psychologie verenigde met het theoretische werk van Reich en enkele psychodynamische elementen van karakteranalyse. Hij gebruikte verschillende technieken op het lichaam, gericht op ademhaling, beweging en contact, beïnvloed door Gerda Boyesen, Reich, Lowen en Feldenkrais.

    13Autogene Training werd in de jaren 20 van de vorige eeuw ontwikkeld door de Duitse psychiater Johannes Heinrich Schultz. Het is, samen met de Progressieve Relaxatie die in dezelfde periode ontwikkeld werd, een van de bekendste ontspanningsoefeningen. Deze oefening is ook bekend onder de naam Suggestieve Relaxatie. Schultz merkte op dat mensen die onder hypnose worden gebracht vaak gevoelens van zwaarte en warmte ervaren. Hij was ervan overtuigd dat die gevoelens niet door de hypnotiseur ‘van buiten’ worden opgewekt, maar door de persoon zelf. Zijn streven was om mensen de mogelijkheid te geven om dit zelfstandig doen, dus zonder therapeut of hypnotiseur. Hij noemde de training dan ook een vorm van zelf-hypnose. Het woord autogeen betekent zoiets als ‘zelf genereren’ of ‘zelf opwekken’.

    14Katathyme Bilderleben (KB) is een door Hanscarl Leuner ontwikkelde therapievorm die zich richt op het creatieve potentieel van dagdromen. Het is een ervaringsgerichte, op dieptepsychologie gebaseerde behandeling. Sinds de publicatie van de eerste editie van dit boek (1978) is de Katathym Imaginatieve Psychotherapie (KIP) in vele opzichten verder ontwikkeld en verdiept. In deze editie worden benaderingen en resultaten op het gebied van methodologie, statistiek en praktische toepassing toegelicht, geïllustreerd met talrijke casestudies. Hanscarl Leuner, die de methode KIP in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ontwikkelde, wilde door de weergave van een gestructureerd logo op zijn boeken, iets over de bedoeling van de methode duidelijk maken. Het Oog van Horus oefende aantrekkingskracht op hem uit.

    15Robert Desoille (1890 — 1966), geboren in Besançon in een familie van hoge officieren, was een Franse psychotherapeut die vooral bekend is als uitvinder van de “gerichte dagdroom”-methode. In zijn boek “Théorie et pratique du rêve éveillé dirigé” vat hij zijn observaties als volgt samen: « De dagdroom, een tussen- en genuanceerde toestand tussen de waaktoestand en de slaaptoestand, tussen het “fysiologische” en het “psychische” is in wezen de weerspiegeling van dit onuitputtelijke reservoir waarin het subject sinds zijn geboorte zijn angsten, bezorgdheden, verlangens, ervaringen heeft verzameld, die hoe dan ook en tegenover de buitenwereld de bepalende factoren van zijn gedrag blijven. »


    direct op de hoogte gebracht worden
    als we iets nieuws plaatsen?

    Schrijf je dan nu in op onze nieuwsbrief!

    Abonneer je op dit blog via e-mail

    Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

    Voeg je bij 358 andere abonnees

    Reageren op berichten: een Disclaimer

    Voor wie dit wil, voorzien we soms de mogelijkheid tot reageren op een post, of op een eerdere gedane reactie op een post. Naargelang de instellingen die de auteur van het betreffende bericht op deze pagina heeft bepaald, kan er gereageerd worden via deze pagina, via onze Facebookpagina, ons Twitterkanaal dmv de hashtag #akamassynergiepraktijk of via onze Instagramfeed. Een combinatie van de vier voorgaande opties is ook mogelijk, evenals alle opties tegelijk. 

    We bieden hier een forum aan voor wie dit wil, maar we zullen elke post die niet in overeenstemming is met de Algemene Gebruiksvoorwaarden van deze Website zonder voorafgaande waarschuwing verwijderen en de user die verantwoordelijk is verlopig of zelfs definitief bannen.

    Het gebruiken van de reageermogelijkheid is bedoeld om een reactie on topic te plaatsen. Een reactie achterlaten met doeleinden zoals commerciële, politieke, discriminerende, agressieve, religieuze, sexuele of pornografische, het promoten van sectorgenoten van de eigenaar van deze website, het bewust spotten of negatief belichten van andere personen of derden, etc., …, en/of het plaatsen van illegale content, alsook het negativeren van ons werk of onze website-inhoud is verboden. Elke overtreding, hetzij in juridische zin, dan wel in strikte zin ten aanzien van onze Algemene Voorwaarden zal gemeld worden aan de bevoegde autoriteiten. 

    Gebruik geen herhaalde leestekens na elkaar, typ geen woordgroepen of volledige zinnen in hoofdletters en schrijf in een taal die voor iedereen leesbaar en begrijpelijk is. Vermijd dialect en wees altijd beleefd.

    De voertaal is het Nederlands. Daarnaast worden ook alle officiële talen van de Europese Unie toegestaan. 

    Wij behouden het recht om onze Algemene Voorwaarden zonder kennisgeving te wijzigen en wij kunnen steeds beslissen om elke reactiemogelijkheid te onderbreken of stop te zetten.

    Door het gebruiken van enige mogelijkheid tot reageren, verklaart men zich uitdrukkelijk en onherroepelijk akkoord met bovenstaande voorwaarden en alle van toepassing zijnde Algemene en/of Bijzondere Voorwaarden verbonden aan Akamas Synergiepraktijk.

    Meer berichten

    HET VERMIJDEN VAN BESLUITELOOSHEID

    Een procent of zeventig van de mensen met wie ik op XpansiO-workshops/seminars contact heb gehad en die ik heb ondervraagd, weet niet wat ze willen. Als je niet weet wat…

    ACCEPTATIE

    Heb je moeite met het Accepteren van wat voor je ligt? Accepteren gaat altijd over dat wat IN JE is. Over erkennen dus. Over dankbaar zijn. Als je jezelf Accepteert, ben je in staat in Liefde te…

    VERANTWOORDELIJKHEID

    Verantwoordelijkheid is een begrip waarover veel onbegrip is. En misschien geldt dat ook voor wel voor jou. Verantwoordelijkheid is het accepteren van de consequenties van jouw handelen, denken en spreken,…

    Angst

    Misschien is het nu, vandaag, het moment eens in alle rust jouw Angst te bekijken. Angst is een normale reactie. Maar vaak wek je hem zelf op. Kijk eens of je hooghartigheid, trots of oordelen kunt vinden in…

    JAMMER MAAR OM DE ZIELENPOOT

    die niet wil onder ogen zien het lijf als een gelijkwaardig oord nee, ik heb nooit geleerd om echt aan te raken of de dingen te voelen, zoals de salamanders…

    DE ZINNELIJKHEID VAN HET LEVEN

    Overvloed is een teken van waardering voor het leven en de zinnelijkheid ervan. Het is de prettige en fijne dingen van het leven waarderen — zoals de schoonheid van een…

    OVERZICHT VAN DE PSYCHOSOMATIEK

    Inleiding De psychische structuur van de mens die enkele duizenden jaren geleden leefde, is uiteraard onbekend. Men kan hoogstens iets afleiden uit geschreven bronnen, met het risico dat fouten worden…
    POST ID: 3664
    %d bloggers vinden dit leuk: